Zodra het schuren en ontvetten is voltooid, is het tijd om te gronden. Breng een grondlaag aan op al het kale hout. Ik adviseer om ook de onderdorpels in zijn geheel te gronden, aangezien deze vaak het meest worden blootgesteld aan weersinvloeden.
Bij het aanbrengen van de verf kun je zowel kwasten als een viltrolletje van 5 cm gebruiken. Het gebruik van een viltrolletje helpt de verf gelijkmatig te verdelen en voorkomt druipers. Werk altijd van boven naar beneden om een mooi eindresultaat te garanderen.
Voor deuren en grotere oppervlakken kun je een viltrolletje van 10 cm gebruiken.
Na het gronden word het houtwerk nagelopen op openstaande naden. De naden worden afgekit met een overschilderbare acrylaatkit.
Als de grondverf is gedroogd word deze nog heel lichtjes opgeschuurd voor de hechting van de laklaag.
Al het voorbereidende werk is nu gedaan. Tijd om te gaan lakken.
Werk van boven naar beneden. Verdeel de lak gelijkmatig, eventueel met een rolletje.
Maak mooie lange kwast halen van een cm of 20.
Schilderen alleen met de kwast geeft het mooiste resultaat omdat je iets meer laagdikte aanbrengt.
Maar het is ook een stuk lastiger om de verf goed te verdelen met alleen de kwast, waardoor de kans groter is op zakkers. Daarom adviseer ik om de aangebrachten lak na te rollen met een viltrolletje om de verf evenredig te verdelen.
Als je geen hoogglansafwerking wilt, kun je kiezen voor semi-hoogglans of zijdeglansverf. Houd er echter rekening mee dat deze minder duurzaam kunnen zijn en mogelijk vaker moeten worden onderhouden.